woensdag 22 juli 2009

Het Afscheid van de Bergen

Het Afscheid van de Bergen


En zo gebeurde het ook. Een paar dagen later stonden de drie kleine heksjes met hun rugzak voor hun huisje op hun ‘vliegtuig’ te wachten dat hun naar de onbekende wereld zou brengen. De avond ervoor hadden ze met een groot feest afscheid genomen van hun vrienden. Daarvan was er eentje bijzonder treurig: de zoon van de bergkabouter Aldwin kon maar niet geloven dat de knappe heksjes zomaar verhuisden. In het dal werd al langer gespeculeerd over een huwelijk tussen één van de bergkabouters en een heksenvrouwtje. Vooral Hars en de grappige Krullebol dansten tijdens de laatste feesten altijd samen en iedereen uit de buurt hoopte steeds maar op hun verloving. Nu was het echter te laat. Beiden wisten niet of ze elkaar ooit nog zouden terugzien.
Nadat de moeder haar drie dochters nog een keer stevig omhelsd had en hun alleen ‘vaarwel’ had gezoend, klom de oudste dochter op een meikever, de middelste op een honingbij en Hars, de jongste van de nestverlaters, klom op een dikke behaarde hommel.
Bij de drie heksjes zag je hoe dikke tranen over hun wangen rolden want afscheid nemen van de veilige thuishaven is triest, heel erg triest. Toen de insecten wegvlogen hoorde men een luid zoemen en brommen. Al heel snel waren de tranen opgedroogd door de wind die om hun oren gierde. Omdat de drie zusjes elk een andere kant opvlogen, verloren ze zich al heel snel uit het oog. Maar ja, vanaf nu moesten ze toch elk hun eigen leven leiden, niet?
“Zeg eens, Stommel, waar breng je me dan heen?” vroeg Hars haar dikke behaarde begeleidster. Ze had gemerkt dat ze de hoge bergen verlieten en met hoge snelheid richting het vlakke land vlogen. “Ik zou graag met jou mijn familie bezoeken die op ongeveer twee dagen reizen hiervandaan woont. Zo leer je die ook kennen. In elk geval kunnen we daar een paar dagen blijven. Ik was er al eens en ik vind de weg naar huis ook alleen terug.”
Het was een heerlijke dag en beiden genoten van het wondermooie uitzicht. Ze vlogen over bossen, beken, rivieren en weiden. Af en toe roken ze zulke zoete onbekende geuren dat Hars haar armen spreidde van enthousiasme. Bijna was ze daardoor zelfs van de rug van de hommel gevallen. Elke twee uur maakte de hommel een pauze en landde dan op één of andere bloeiende bloem. Beiden dronken ze dan nectar, aten stuifmeel en ademden de zoete veldgeur in. Desondanks waren ze na twee dagen doodmoe toen ze bij de familie aankwamen.


En volgende week deel 3 houd het in de gaten.

Geen opmerkingen: